Uitkeringen van overlijdensrisicoverzekeringen worden verkregen op grond van een overeenkomst en niet volgens het erfrecht. Ze zijn ook vrijgesteld van inkomstenbelasting. Omdat de verkrijging niet erfrechtelijk geschiedt, zou dit betekenen dat de verkrijger ook geen erfbelasting hoeft te betalen.
De wetgever heeft dit opgelost door middel van artikel 13 erfbelasting, waardoor de uitkeringen van deze polissen fictief in de belastingheffing worden betrokken. Alleen indien er niets aan het vermogen van de erflater wordt onttrokken, blijft de uitkering buiten de belastingheffing.
Deze situatie kan zich alleen voordoen bij ongehuwd samenwonenden, geregistreerd partners op huwelijkse voorwaarden en gehuwden op huwelijkse voorwaarden. Daarbij dient wel aan onderstaande voorwaarden te worden voldaan:
Bij gehuwden en geregistreerd partners in gemeenschap van goederen gaat dit dus niet op, omdat er altijd iets wordt onttrokken aan het vermogen van de erflater, namelijk de helft van de betaalde premies. Dus bij deze groep valt de uitkering in de belastingheffing.
Hierbij een getallenvoorbeeld van de situatie tot 2010 (oude situatie):
John (61) en Astrid (59) zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. Jan komt te overlijden. Het gemeenschappelijk vermogen bedraagt op dat moment:
| Eigen woning | € 500.000,= |
| Hypotheek | € 200.000,= |
| Beleggingen | € 250.000,= |
| Nabestaandenpensioen | € 30.000,= per jaar |
| Overlijdensrisicoverzekering | € 250.000,= (niet verpand aan de hypotheek) |
| Totaal betaalde premies | € 3.000,= |
De juridische nalatenschap bedraagt nu:
| Eigen woning | € 500.000,= |
| Hypotheek | € 200.000,= -/- |
| ---------------- | |
| Verkrijging uit woning | € 300.000,= |
| Beleggingen | € 250.000,= |
| ---------------- | |
| Gemeensch. vermogen | € 550.000,= |
| Nalatenschap | € 275.000,= (€ 550.000,= : 2) |
De successierechtelijke nalatenschap bedraagt:
| Juridische nalatenschap | € 275.000,= |
| Uitkering Overlijdensrisicoverzekering | € 248.500,= (uitkering minus helft betaalde premies) |
| ----------------- | |
| Totaal | € 523.500,= |
Astrid heeft een vrijstelling (2009) van € 532.570,=. Hier gaat nog de contant gemaakte waarde van het nabestaandenpensioen (pensioenimputatie) af.
| Vrijstelling volgens tabel | € 532.570,= |
| Pensioenimputatie | € 115.500,= -/- |
| ------------------ | |
| Totale vrijstelling | € 417.070,= |
De belaste verkrijging wordt dan
€ 523.500,= -/- € 417.070,= = € 106.430,= Hierover is Astrid € 10.728,- aan successierechten verschuldigd.
Deze heffing over de gehele uitkering werd als zeer onredelijk ervaren door iedereen, waardoor er bepaald is, dat men in de nieuwe situatie vanaf 01-01-2010 niet de gehele uitkering belast, maar alleen het gedeelte van de uitkering dat is toe te schrijven aan de door erflater betaalde premies. Dit betekent voor gehuwden, dat nog maar de helft van de uitkering belast is.
Indien de bovenstaande situatie in 2010 had plaatsgevonden, was Astrid aan successierechten verschuldigd geweest:
| Pensioenimputatie | € 500.000,= (waarde economisch verkeer) |
| € 485.000,= (Woz-waarde) | |
| Hypotheek | € 500.000,= (waarde economisch verkeer) |
| Pensioenimputatie | € 500.000,= (waarde economisch verkeer) |
| PBeleggingen | € 250.000,= |
| Pensioenimputatie | € 500.000,= (waarde economisch verkeer) |
| Nabestaandenpensioen | € 30.000,= per jaar |
| Overlijdensrisicoverzekering | € 250.000,= (niet verpand aan de hypotheek) |
| Totaal betaalde premies | € 3.000,= |
Indien de bovenstaande situatie in 2010 had plaatsgevonden, was Astrid aan successierechten verschuldigd geweest:
Vrijstelling Astrid in 2010 bedraagt € 600.000,= -/- € 115.500,= (pensioenimputatie) =
€ 484.500,= De vrijstelling is dus hoger dan de verkrijging en daarom is Astrid geen successierechten verschuldigd.
| >Woning | € 485.000,= (Woz waarde moet worden gebruikt) |
| Hypotheek | € 200.000,= -/- |
| ---------------- | |
| € 285.000,= | |
| Beleggingen | € 250.000,= |
| ---------------- | |
| Gemeenschappelijk vermogen | € 535.000,= |
| Nalatenschap | € 267.500,= |
| Uitkering overlijdensrisicoverzekering | € 125.000,= (volgens gewijzigde wet) |
| ----------------- | |
| Verkrijging | € 392.500,= |
Uit bijgaande voorbeelden blijkt, dat het heel belangrijk is om samen met uw financiële adviseur bij het afsluiten van een hypotheek, maar ook bij het afsluiten van een losse overlijdensrisicoverzekering, goed door te nemen wat de consequenties van de burgerlijke staat zijn en wat de consequenties bij vooroverlijden van één van de partners zijn. Het is dus heel belangrijk dat een polis op de juiste manier wordt aangevraagd en opgesteld.
Bron: verzekeringen-online.nl, 6 juli 2010.