CPB: NIEUW PENSIOENCONTRACT NOODZAKELIJK
Het huidige pensioencontract legt eenzijdig de nadruk op nominale pensioentoezeggingen. Nominale zekerheid is duur bij de huidige lage rente. Daarnaast staat de feitelijke koopkracht van het toekomstige pensioen onder druk door het inflatierisico. Volgens het CPB moet een betere verdeling van risico en opbrengsten tussen generaties centraal staan bij de herziening van het pensioencontract.
Dit schrijven de CPB-directeuren Coen Teulings en Casper van Ewijk in de Policy Brief die deze week is verschenen. Door de daling van de beurskoersen, de lage rente en de stijgende levensverwachting zijn de huidige pensioentoezeggingen te duur om zelfs in nominale zin zeker te zijn. Net als de afgelopen twintig jaar in Japan kan de rente ook in Nederland na de kredietcrisis langdurig laag blijven. Zonder risico is het bereiken van een reëel pensioen een illusie, aldus het CPB. In het nieuwe pensioencontract moeten de risico's wel beter worden gespreid tussen de generaties. "Jongeren kunnen meer risico lopen, maar dienen daarvoor beter te worden gecompenseerd bij gunstige opbrengsten." De overheid moet erop toezien dat pensioenfondsen openheid van zaken geven en dat jongere deelnemers hun eerlijke deel krijgen. "Beleggingswinsten kunnen niet alleen worden gebruikt om de tekorten bij de ouderen te dekken. Het vooruitschuiven van tegenvallers ondermijnt op den duur de geloofwaardigheid van het pensioenstelsel en daar wordt niemand beter van", aldus Teulings en Van Ewijk. [Bron: VVP Online; 7 februari 2011]

(11-02-2011)